Nicky Wijns

Nicky Wijns

Conversatietafel? Nog nooit van gehoord

Veel sectoren onderscheiden zich door hun eigen terminologie en taalgebruik. Denk maar aan de juridische sector: wanneer ik een zeer gespecialiseerd juridisch document onder ogen krijg (niet dat dat vaak gebeurt, en gelukkig maar), begint het me lichtjes te duizelen. Is dit Nederlands? En indien ja, waarom begrijp ik er dan zo weinig van? Misschien omdat het een sector is die me niet bijzonder aanspreekt … Maar ook in de wondere wereld van talen, vertalen en taaltraining wordt er wel eens terminologie gebruikt die bij buitenstaanders niet meteen een belletje doet rinkelen.

Zo reflecteerde ik onlangs tijdens het avondeten luidop over mijn online conversatietafels. Ja, da’s wel iets waar je rekening moet mee houden wanneer je een relatie begint met een taalfreak: die praten over weinig anders. Maar goed, terug naar die heerlijke maaltijd. Toen ik een aantal keer het woord “conversatietafel” had uitgesproken, wist mijn vriend me doodleuk te vertellen dat hij, voor hij mij leerde kennen, hier nog nooit van gehoord had.

Daar keek ik toch even van op. Zit ik dan zodanig in mijn bubbel dat ik niet langer besef wat de buitenwereld weet over taalonderwijs? Blijkbaar wel … Daarom zal ik in deze blog regelmatig een concept uit mijn dagelijkse praktijk bespreken dat jullie misschien niet (goed) kennen, maar toch de aandacht van het brede publiek verdient.


 

Het woord “conversatietafel” lijkt niets mysterieus met zich mee te dragen. Rond een tafel zitten babbelen, daar komt het toch op neer? Ja, dat klopt grotendeels. Het verschil met een gewone les is dat ook de begeleider of lesgever in de kring of rond de tafel gaat zitten, zodat de schoolse sfeer naar de achtergrond verschuift. Dat is natuurlijk de ideale situatie, de praktijk wijkt hier wel eens vanaf.


Zo duren mijn conversatietafels Nederlands bij de Hogeschool Francisco Ferrer exact 1 uur. Als ik in dat uurtje de banken moet gaan verschuiven en op het einde opnieuw op hun plaats moet zetten, ben ik meer dan 5 kostbare minuten kwijt. Dus houden we het bij de klassieke opstelling, maar probeer ik wel duidelijk te maken dat het geen klassieke taalles is.

 

Dat spreken centraal staat bij een conversatietafel, komt wellicht evenmin als een verrassing. Maar volgens mij gaat het veel verder dan dat; het is eerder het spreekplezier dat telt.

Veel taalleerders zijn bang om fouten te maken wanneer ze hun andere taal spreken. Met conversatietafels wil ik die angst deels wegnemen, door een veilige plek voor hen te creëren. Ik zal mensen wel eens corrigeren, maar vind het belangrijker dat de deelnemers beseffen dat ze zich goed kunnen uitdrukken. Dat ze inzien dat hun medecursisten hen begrijpen, ondanks een soms beperkte woordenschat en een scala aan taalfouten.

Waarover er dan zoal gebabbeld wordt? Dat gaat heel breed en hangt natuurlijk af van het niveau en de interesses van de deelnemers.

Wat die niveaus betreft, die kan je tijdens een conversatietafel gerust mixen. Soms doen beginners graag mee, al is het maar om te luisteren en te zien wat ze oppikken van de anderen. Maar vaak zijn conversatietafels pas echt interessant vanaf A2-niveau: op dat moment hebben de deelnemers in andere taallessen al diverse thema’s behandeld en kunnen ze over van alles en nog wat meepraten. Hobby’s en vrije tijd, actualiteit, het belang van psychologie, literatuur, stereotypes en clichés over het thuisland, huisdieren, professionele successen … Geen onderwerp is te gek.

Nu de gewone praatmomenten eventjes niet mogen en kunnen, experimenteer ik volop met online conversatietafels. Er komen telkens 4 tot 6 deelnemers op af, ik bepaal op voorhand het thema en bereid enkele vragen of stellingen voor. Maar uiteindelijk wijken we vaak van het programma af, omdat iemand even zijn hart willen luchten of omdat een bepaald onderwerp zodanig aanslaat dat het uurtje babbelen voorbij vliegt.
Dus ja, ook voor een conversatietafel moet je je als lesgever of begeleider voorbereiden. Wanneer je gewoon tegen de mensen zegt: “babbel maar”, loop je het risico dat er continu stiltes vallen. Ik zorg er dan ook altijd voor dat ik enkele vragen over het thema, maar ook algemenere vragen en opmerkingen in de buurt heb.

 

Die online conversatietafels lopen trouwens goed, toch zolang het aantal deelnemers beperkt blijft.
Een fysieke conversatietafel verloopt naar mijn gevoel iets dynamischer omdat je sneller op elkaar kan inspelen en reageren. Wanneer een deelnemer van een online conversatietafel inpikt op wat iemand anders net heeft gezegd, gaat het net iets stroever dan wanneer ze naast elkaar zouden zitten.
Toch is dit een project dat ik op langere termijn wil uitwerken, net omwille van alle voordelen die we de laatste weken en maanden ondervonden hebben. (“Je niet moeten verplaatsen en dus geen tijdverlies” staat bij mij met stip op één.) 

Natuurlijk hoop ik de online sessies binnenkort af te wisselen met de klassieke conversatietafels: met z’n allen rond een tafel, liefst een drankje erbij, wat vraagkaartjes en ander materiaal, en laat het gebabbel en gelach maar van start gaan!

Deel dit artikel

Share on facebook
Deel
Share on twitter
Deel
Share on linkedin
Deel
Share on email
E-mail