Het ABC van Litterate: flashcards


Enkele jaren geleden ontdekte ik flashcards, hier en daar ook “flitskaarten” genoemd. Ik had ze een hele tijd niet nodig (of dat dacht ik toch), maar nu ik opnieuw lessen Kroatisch volg, gebruik ik ze om woordenschat en zinsconstructies in te studeren. Daarnaast raad ik mijn cursisten aan om hun eigen flashcards te maken en er intensief mee te oefenen, zodat hardnekkige fouten op termijn toch verdwijnen. Nuttig, handig en gratis: flashcards mogen dus zeker niet ontbreken in het ABC van Litterate!

 

Wat zijn flashcards?

Steekkaarten met aan de ene kant een term of vraag en aan de andere kant het antwoord, de definitie of extra uitleg: kent u ze nog? En gebruikt u ze nog? Lange tijd werd dit soort kaarten geassocieerd met het schoolse leren, het zo verguisde “van buiten blokken”. Toch herwinnen de kaartjes aan populariteit. Ze hebben immers wel degelijk hun nut, op voorwaarde dat ze binnen een doordachte methode worden gebruikt.

U hebt de keuze uit twee soorten flashcards:

1) Papieren kaartjes in combinatie met een doorschuifsysteem, het Leitnersysteem. Hierbij wordt er met 3 of 5 boxen gewerkt, naargelang de kaartjes nieuw en/of goed gekend zijn. Tijdens een oefensessie bekijkt u bij elke flashcard in welk vakje ze thuishoort, wat op onderstaande afbeelding geïllustreerd wordt:

De papieren versie is ideaal voor creatieve geesten en voor wie de voorkeur geeft aan het tactiele. Haal in dit geval zeker uw gekleurd papier, een schaar, teken- en schrijfgerief boven en volg het Leitnersysteem strikt op. Het zou jammer zijn om een stapel prachtige kaartjes aan te maken en ze dan niet efficiënt te gebruiken, toch?

2) Digitale flashcards die u zowel op pc als met een app kunt oefenen. Ik heb zo al enkele honderden kaartjes aangemaakt en vind het alleen al daarom veel gebruiksvriendelijker dan de papieren versie: het regenwoud blijft gespaard en ik ben niet de hele tijd met stapels kaarten onderweg. In deze blog focus ik me dan ook in de eerste plaats op digitale flashcards.

 

Hoe gebruik ik ze?

Voor mijn digitale flashcards gebruik ik Anki, een gratis programma en app. Dat ziet er zo uit:

Zoals u ziet, heb ik al een heel aantal sets aangemaakt. Een set is een reeks flashcards, en om het overzicht te houden, sorteer ik de flashcards per bron.

Zodra de set een naam heeft, kan ik flashcards toevoegen. Ik let altijd goed op met de instellingen voor het ondervragen: worden de flashcards in één richting aangeboden (de vraag op de voorkant, ik geef het antwoord dat op de achterkant staat) of in beide richtingen (de vertaling van een zin van het Kroatisch naar het Nederlands en omgekeerd)?

In dit geval heeft het weinig zin om het kaartje in twee richtingen aan te bieden.

 

Op het wereldwijde web zijn er pakken kant-en-klare sets flashcards te vinden, over de meest diverse onderwerpen, maar ik raad u ten sterkste aan om uw kaartjes zelf aan te maken. Door mijn eigen selectie te maken van de woorden die ik wil kennen en mijn eigen voorbeelden te bedenken, studeer ik de leerstof al een eerste keer, en dat helpt!

Zodra ik een aantal van deze kaartjes heb ingegeven, is het uur van de waarheid aangebroken: de ondervraging. Het programma biedt de kaartjes in een willekeurige volgorde aan. Bij elk kaartje geef ik het antwoord, door het bijvoorbeeld hardop te zeggen (op de metro houd ik het meestal bij fluisteren).

Wanneer ik mijn flashcards oefen, ziet dat er op pc zo uit.

 

Daarna klik ik op “antwoord tonen” en verschijnt – tadaa! – de juiste oplossing. Als laatste stap kijk ik of ik het al dan niet goed gedaan heb en kies ik de passende knop. Wanneer u net begint te oefenen, komen de flashcards haast dagelijks terug. Ik ben er al enkele maanden mee bezig, dus kan het gebeuren dat een bepaald kaartje pas weken, zelfs maanden later opnieuw wordt aangeboden. Daarom ga ik een term eerder als “moeilijk” of “goed” bestempelen dan als “makkelijk”, ook al ken ik hem eigenlijk wel.

Nieuwe en moeilijke flashcards die ik nog niet echt ken, komen aan het einde van de sessie nogmaals aan bod. De andere zie ik de volgende dagen en maanden regelmatig weer verschijnen.

 

Do’s en dont’s

 

Houd de blok praktisch en plezant
Namen, data, begrippen … soms is “van buiten leren” de enige optie. Dat betekent natuurlijk niet dat u dagelijks urenlang moet zitten blokken totdat u sterretjes ziet. Kies gewoon voor flashcards: ze zien er aantrekkelijker uit dan ellenlange lijsten en laten u toe sneller te leren, omdat de leerstof in behapbare brokjes wordt aangeboden. Uw dagelijkse flashcard-sessie hoeft ook niet veel tijd in beslag te nemen, met tien minuutjes per dag komt u al een heel eind. Tot slot geldt vooral voor digitale kaarten dat u leert waar en wanneer u wilt.

 

Leid uw geheugen om de tuin
Probleem: flashcards bieden losse brokjes kennis aan, maar ons geheugen houdt niet zo van losse eindjes. Gelukkig hebben de makers van digitale flashcards hier rekening mee gehouden. Zo kunt u in Anki probleemloos een afbeelding of zelfs audio toevoegen. Wanneer u de flashcards instudeert, zal uw geheugen de term en bijhorende media met elkaar associëren, waardoor de term beter in de hersenen verankerd wordt.
Ik vond bijvoorbeeld de namen van de maanden in het Kroatisch bijzonder lastig. Toen mijn lerares de betekenis erachter had uitgelegd, kon ik daarmee aan de slag. “Augustus” is in het Kroatisch “kolovoz”, de maand waarin de boeren het hooi met wagens wegvoerden. Ik voegde aan het kaartje een foto van zo’n hooiwagen toe en hopla, na enkele keren oefenen kan ik die dekselse maanden eindelijk onthouden.

Niet alleen foto’s kunnen helpen, het wordt nog beter als u de termen kunt associëren met uw eigen situatie of er een verhaaltje rond breit. Ons geheugen is dol op dat soort trucjes, hoe gekker hoe liever! Het enige dat telt, is dat u de leerstof onthoudt, de manier waarop maakt helemaal niet uit.

 

Keep it simple
Er is een reden waarom flashcards klein zijn: ze zijn natuurlijk niet bedoeld om er veel op te noteren. Korte, simpele voorbeelden helpen u om sneller te leren en zijn dan ook sterk aan te raden.
Meestal wordt aangeraden om per kaartje één term aan de voorkant en één aan de achterkant te gebruiken. Daar ben ik het dan weer niet helemaal mee eens. Wat voor mij ook werkt, is om van één woord beide vertalingen op te vragen, toch wanneer ik een van beide al ken.

Ook tegenstellingen werken voor mij goed, maar blijkbaar niet voor iedereen. U zult zelf moeten ondervinden welke inhoud u het beste ligt, hoe u het snelst en het makkelijkst leert. Vooral in het begin is trial and error de boodschap!

 

– Maak vééééél kaartjes!
Zoals ik hierboven al heb aangehaald, helpen context en media om begrippen te onthouden. Om te vermijden dat u bepaalde lastige woorden slechts in één context kent, is het een goed idee om er meerdere kaartjes mee te maken. Kies voor verschillende zinsconstructies en maak extra kaartjes naarmate u meer woordenschat en grammatica hebt geleerd. Digitale flashcards zijn gratis én snel gemaakt, dus wat houdt u tegen?

 

Vul aan met andere leermiddelen
Flashcards richten zich heel erg op losse termen en feitjes. Voor een vak als geschiedenis kan het handig zijn om de belangrijkste data, plaatsen en personages van de Eerste Wereldoorlog met flashcards van buiten te leren, maar wanneer u het daarbij houdt, verliest u het overzicht. Studeer dus nooit enkel en alleen uw flashcards, maar doe meer met de aangeboden kennis. Schrijf een tekst met de lastigste woorden, maak wat oefeningen uit een ander leerboek, … Ook die afwisseling helpt u de leerstof onder de knie te krijgen!

 

De mening van een collega

Ik ben niet de enige die zo’n fan is van flashcards. Ook collega-vertaalster Petra vindt deze kaartjes een superhandig leermiddel. Zij las erover in het boek “Fluent forever” van Gabriel Wyner (een aanrader voor iedereen die een taal leert!) en probeerde de flashcards van Anki als hulpmiddel bij haar lessen Bulgaars. “Wat ik bijzonder handig vind, is dat Anki de kaartjes op een bepaalde manier herhaalt. Je duidt telkens aan of je de opgave makkelijk vindt of niet en Anki haalt de moeilijke opdrachten nog ‘s op. Wat makkelijker is, komt pas na enkele weken of zelfs maanden terug aan bod. Je merkt dat nieuwe woorden zo écht blijven hangen!” aldus Petra.

En u, gebruikt u flashcards? Ziet u nog andere voor- of nadelen aan het systeem? Laat het me zeker weten in de reacties hieronder!

 

Bronnen en meer weten

https://nl.wikihow.com/Flashcards-maken
https://www.efaqt.com/nl/nieuws/de-flits-of-flashcard/
https://collegeinfogeek.com/flash-card-study-tips/
https://fluent-forever.com/create-better-flashcards/

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*