Over wijze lessen, je beperkingen kennen en vrijdag de 13de


Als ondernemer een positieve boodschap uitdragen, da’s voor mij een must. De wereld is al zo’n naargeestige plek, en daarnaast wil niemand toch voor zuurpruim versleten worden? Daarom heb ik het in deze blogs en op sociale media vaak over werkplezier, het belang van goede vertalingen, feedback van klanten, … Soms begin ik er wat van te zweven, van al die blijheid en vrijheid. Tot vorige week, toen ik weer stevig met beide voetjes op de grond belandde. En dat terwijl vrijdag de 13de voor mij niet meer betekende dan een doodgewone werkdag!

 

Ik had een reuzeopdracht aanvaard, eentje van net geen 39 000 woorden. (Als u dat niet veel zegt: deze blog is een dikke 600 woorden lang.) Het ging om een beschrijving van alle functies binnen een internationale onderneming, in de kenmerkende telegramstijl van vacatures: “Is verantwoordelijk voor de boekhouding van …” en ga zo maar door. Ik had de volledige spreadsheet gekregen ter inzage, de eerste delen leken me goed te doen en in de rest zou ik me wel inwerken, zo luidde mijn ambitieuze besluit. Dus aanvaardde ik de opdracht. Ok, het zouden drie drukke weken worden, maar dan nam ik begin mei wel enkele dagen pauze.

 

Vorige donderdag toog ik aan de slag. Het begin viel inderdaad mee, al haalde ik door het opzoekwerk amper de helft van mijn normale vertaalsnelheid. Tegen de avond had ik al een resem vragen verzameld voor mijn klant en ging ik met gemengde gevoelens slapen, want drie weken lang dit soort werk, dat zou toch eens kunnen tegenvallen …

De meest recente vrijdag de 13de was geen succes, maar zwarte katten ga ik nooit uit de weg …

 

Het viel inderdaad tegen. Op die vermaledijde vrijdag de 13de stond ik extra vroeg op, om zeven uur was ik op kantoor en begon ik vol goede moed mijn vertaling te dicteren. Maar het vlotte niet erg: ik moest meer en meer termen opzoeken (en kon dan vaak geen duidelijke definitie of vertaling vinden) en voelde me een beetje als een papegaai die wat losse woordjes achter elkaar plakt. Soms begreep ik zelfs niet wat ik zei en schreef! Dat kon duidelijk niet zo doorgaan.

 

Dus nam ik contact op met de klant, gelukkig iemand met wie ik een heel goede werkrelatie heb, en legde de situatie uit. Hij nam het goed op, beloofde me meteen een vervanger te zoeken en zou de bestelbon aanpassen. De kramp in mijn nek verdween als sneeuw voor de zon, er was letterlijk een last van mijn schouders gevallen. Intussen is de vertaling doorgestuurd naar een collega, die ik hierbij veel succes (en hopelijk heel wat werkplezier!) toewens.

 

Ben ik nu een slechte vertaler? Nee, helemaal niet zelfs. Het is wel de eerste keer dat ik een opdracht zo verkeerd inschat en ze moet terugsturen naar de klant. Enerzijds voelt dit als een mislukking, anderzijds is het nu eenmaal zo dat ik niet alles kan. Ik ben niet thuis in technische teksten, en dus ook niet in opsommingen die bol staan van de terminologie. Dat ik – toevallig van diezelfde klant – heel fijne feedback had gekregen bij een vorige opdracht, verzacht enigszins de pijn.

 

Moraal van het verhaal? Vertalers die beweren alle genres aan te kunnen, zijn niet de taalpartners waar u naar op zoek bent. Net zoals advocaten, artsen en boekhouders hebben wij, taalexperten, immers onze specialiteit, onze dada waar we ons met veel kennis en liefde aan wijden. Sinds vorige week weet ik  beter dan ooit dat ik alle teksten die bol staan van jargon graag aan mij voorbij laat gaan. En me vooral op redactionele, wervende vertalingen wil focussen. Stuur die topopdrachten dus gerust hierheen, in de komende weken is er plots heel wat tijd vrijgekomen … 😉

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*